Lin op 16 april 2012:Wat deze roman zo mooi maakt, is het subtiele, het onuitgesprokene. Het is altijd aftasten. Zowel Tsukiko als Sensei zijn introverte karakters die moeite hebben om te zeggen wat ze voelen. Bekijk dit dan nog tegen de achtergrond van de Japanse maatschappij waar ‘ja’ niet noodzakelijk ‘ja’ en ‘nee’ niet noodzakelijk ‘nee’ betekent, en je voelt de afstand en ook de complexiteit van wat in wezen een eenvoudig liefdesverhaal is.
André Oyen op 1 februari 2010:Het is een mooi en apart liefdesverhaal in een zéér Japans boek. Heel behoedzaam ook in de manier waarop de liefde, of de mogelijkheid daartoe, afgetast wordt door de hoofdpersonen.
Tsukiko, de vertelster, is zevenendertig en heeft haar leven op alleen zijn ingericht. En dan is daar op een dag een oudere heer in het eetcafé waar ze regelmatig iets consumeert. Tsukiko bestelt net tonijn met gefermenteerde sojabonen en gebraden lotuswortel in zoete soja, waarop de oudere heer precies hetzelfde bestelt en haar vraagt of zij misschien Tsukiko Omachi is. Het is een oud-docent van de middelbare school, haar sensei, zoals dat in goed Japans heet, en zo blijft zij hem ook in de rest van het boek noemen: Sensei-leraar.
En hoewel hij dertig jaar ouder is dan Tsukiko denk je als lezer, en vooral als niet-Japanner stiekem vooruit en denk je de verhouding te voelen aankomen. Ze proberen het allemaal te negeren en goede kennissen, nog niet eens goede vrienden, te zijn voor mekaar. Ze eten en drinken samen wanneer ze mekaar tegen komen en koesteren mekaars gezelschap.
Kawakami heeft dit boek geschreven in een traag tempo waarin ze net als een schaakspeelster, haar stukken, haar personages, uiterst behoedzaam en strategisch vooruit schuift.
Een bijzonder mooi boek dat je laat inzien dat geen enkele echte liefde vreemd is!