Het Hof van Barmhartigheid

Gelezen door: Katja Feremans (74 boeken)

Citaat: "Er hurkte daar een meisje (of jonge vrouw) met lang, loshangend haar, dat niet zo maar blond was; het had iets okerachtigs. Het hing tot op de klinkers, en vormde zo een soort vliegengordijn, waar jonge katjes doorheen renden en sprongen. Soms greep zich er eentje met de klauwtjes in vast, die dan door voorzichtige, beringde vingers weer werden losgepeuterd, nageltje voor nageltje, waaronder in een enkel geval met grote lussen zo’n goudblonde haar vast bleef zitten."

30 april 1980. Albert Egberts wordt dertig. Altijd al stond zijn verjaardag in de schaduw van Koninginnedag. In een sentimentele bui had hij zich daar drie jaar eerder over beklaagd bij de verpleegster Susan Cox. Vandaag is hij weer naar haar onderweg, maar in de buurt van Amsterdam waar ze woont, wordt hij afgeleid door twee reclasseringsambtenaren die aan de vervroegd vrijgelaten Hennie A. de sleutels overhandigen van haar nieuwe woning.

De zaak Hennie A. had destijds (1972-1973) het hele land beroerd. Het proces werd in het gerechtshof van Arnhem gevoerd. Het kreeg de bijnaam Hof van Barmhartigheid, toen de vrouw die haar moeder vermoordde en ook terechtstond voor de eerdere onopgehelderde gifdood van haar vader er werd veroordeeld tot twaalf jaar celstraf. We herbeleven dit proces zowel vanuit het standpunt van Hennie A., als vanuit Alberts fascinatie om in de ziel te kruipen van de vrouw die de dubbele oudermoord op haar geweten heeft.

Maar Alberts voornemen om de verpleegster, bijgenaamd ‘Sux Cox’, te gaan opzoeken, zet nog een tweede verhaal in gang. Want na zijn jammerklacht in 1977 over zijn verjaardagen die bij Koninginnedag steevast in het niet verzinken, was zij aan het rekenen geslagen. En toen hij later dat jaar zijn tienduizendste levensdag mocht vieren, stond ze bij hem op de stoep. Hij scheepte haar af, maar ging zelf wel stappen. Het werd Alberts ‘sneeuw’nacht waarin whisky en cocaïne elkaar door zijn bloed achterna renden. Omdat hij tijdens die beroezende nacht zijn huissleutel kwijtgeraakte, eindigt hij tegen de ochtend in trams, kriskras zwalpend door Amsterdam, op zoek naar een slaapplaats.

Een roman van Van der Heijden is per definitie veelstemmig. Naast Albert Egberts en Hennie A. komen ook een resem bekenden uit de romancyclus ‘De tandeloze tijd’ aan het woord: de Napolitaanse kinderhandelaar Gesù Porporà; Alberts vrienden Thjum Schwantje (acteur) en Flix Boezaardt (geflipte beeldhouwer); schrijver Patrick Gossaert, die zich laaft aan de verhalen van Albert en ermee naar buiten treedt als Patrizio Canaponi, tevens het pseudoniem waaronder Van der Heijden zelf debuteerde; Alberts broer Freek (kandidaat-guerillero en basgitarist die zijn gitaar letterlijk aan de wilgen hangt); advocaat Ernst Quispel, die lijdt aan periodes van extreme drankzucht; Alberts vriendin Zwanet Vrauwdeunt - de scène waarin zij en Albert elkaar ontmoeten terwijl ze zich over zwerfkatjes ontfermt, is een van de mooiste uit de romancyclus.

De schrijver giet al hun bijdragen in korte hoofdstukken, waarbij altijd duidelijk is wie er op welk tijdstip aan het woord is. Daardoor is Het Hof van Barmhartigheid lezen als slingeren langs uitgekiende paden in een labyrintisch park vol onwaarschijnlijke – al dan niet poëtische - bochten, die zich in Van der Heijdens universum toch weer van hun onwaarschijnlijkheid ontdoen.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: