Gelezen door: Peter Geiregat (479 boeken)
Citaat: "We stapten onze schaduw en de echo van onze lach binnen, op weg naar nergens. De alcohol verwarmde onze buik; de lucht voor onze neus steeds zwaarder van de sneeuwvlokken."
De tekst op de achterflap maakt zijn belofte waard: dit is een 'buitengewoon overrompelend verhaal'. De auteur gebruikt telkens korte hoofdstukken om een fragment uit zijn jeugd te beschrijven. De korte zinnen zorgen voor een verhaal dat naar de keel grijpt.
Tienerouders (blanke moeder, puertoricaanse vader) en geen cent teveel, wisselende baantjes, passionele liefde, losse handjes, wanhoop,... Dit is ongeveer het gezin waarin drie broers opgroeien. De broers zijn zowat onafscheidelijk. De oudste, Manu, trekt de jongere Joel en de ik-figuur mee. De pijn van een mama die beurs geslagen wordt, die achtergelaten wordt, die hen vraagt om in haar plaats te beslissen: het raakt hun hart ondanks een gordijn van taal die grof is en gedrag dat eerder als baldadig kan omschreven worden.
Papi blijft desondanks een held die voor hen zal zorgen. Ook voor mama. Met slaan en zalven. Ook al laat hij de jongste bijna verdrinken in een poging om hem te leren zwemmen. Ook al troont hij de kinderen mee naar zijn werk als nachtwaker en laat ze op de grond slapen, ook al is zijn temperament soms groter dan zijn gevoel voor liefde. De broers raken in nesten, komen voor elkaar op, vechten voor elkaar (en met elkaar). Het zijn kinderen die soms voor vader en moeder moeten spelen.
Dat is de teneur van het boek: een hard leven dat soms doorspekt wordt door de poƫzie van kinderlogica. Op het einde krijgt de lezer een natte handdoek in het gezicht. De ik-figuur voelt zich verraden als zijn dagboek ontdekt wordt met alle intieme details over zijn anders-zijn. De drie broers sluiten de kring niet meer. De ouders vormen samen met de twee oudste kinderen een muur van verstoting.
|
Reacties (0)Delen
|