Naar de overkant van de nacht

Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)

Citaat: "Ik voel weer de warmte van Sara’s gezin waarin ik ondergedompeld werd nadat ik het rijtjeshuis van mijn drinkende oom inwisselde voor haar woning. Die eerste weken, die eerste maanden. De fysieke drukte van vijf mensen. De warmte van de tast. Sara die een hand op mijn rug legde wanneer ik aan tafel stond en Helen of Nettie hielp met eten."

De schrijver Jan van Mersbergen wist met zijn boek zowel de jury van De librisprijs als die van de Gouden uil te imponeren. Deze talentvolle auteur leerde ik kennen door zijn onvolprezen boek Morgen zijn we in Pamplona, één van de sterkste Nederlandse romans die ik de laatste jaren gelezen heb. Het verhaal wordt héél sober weergegeven, maar het roept een spanning op waar je kippenvel van krijgt. Het boek gaf me als lezer een uppercut van jewelste. Het hoofdpersonage was dan ook niet voor niets een bokser! Met vaak korte, hamerende zinnen die ontdaan zijn van sentiment en op het eerste gezicht niet zo bijzonder lijken, bouwt hij een daaronder broeiend verhaal op. Diezelfde schitterende stijl bepaalt ook weer de sterkte van Naar de overkant van de nacht.

Het is carnaval in Venlo, de beruchte en beroemde vastelaovend. Ralf, verkleed als veerman en met een kalender om zijn nek waarvan hij bij elk biertje een nummertje afscheurt, gaat de nacht tegemoet met als doel die te trotseren. De figuren die hij ontmoe, om van de ene naar de andere kant van de nacht te varen krijgen kleurrijk gestalte. De gewoonlijk zo plichtsbewuste Ralf wordt stilaan ladderzat, maar in de minder nevelige momenten laat de schrijver hem reflecteren op zijn problemen thuis. Van Mersbergen beschrijft de vastelaovend op een indringende, fascinerende manier. Je wordt meegesleept in een verhaal met contrasten. Saamhorigheid en eenzaamheid. Feestvreugde en intense verwarring, vreugde en verdriet. Het boek laat verschillende facetten van de vastelaovend zien, maar ook de interne oorlog die de hoofdrolspeler Ralf voert met zichzelf. In de hoop zijn gedachten en leven weer op orde te krijgen. Kunstig zijn de verschillende verhaallijnen met elkaar verweven. Van Mersbergen beschrijft de liefde van Ralf voor zijn vriendin Sarah en de kinderen, maar ook de moeilijkheden en het verdriet dat hij met zich meedraagt. Steeds dieper dringen we door tot de ware aard van carnaval en de zielenroerselen van Ralf. De vertelling verspringt ook vaak in de tijd. Het ene moment staat hij aan de toog in een dampende kroeg, de volgende alinea is hij thuis bij Sara, meteen daarna staat hij op de boot van zijn ouders om weer terug te keren in het heden. Maar geen nood, de schrijver houdt je wel bij de les. Dit bijzonder knappe boek heeft me Morgen zijn we in Pamplona niet kunnen laten vergeten maar ik zou toch héél blij zijn, indien hij minstens één of liever twee nominaties zou kunnen veroveren.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Venlo