Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)
Voor het begin van de negentiende eeuw was er nauwelijks bewoning langsheen de kustlijn, behalve vissershuizen, beschut in de duinen en met de voorgevel landinwaarts gekeerd. Het waren de Engelsen die het moderne toerisme vormgaven. De Britten zorgden ervoor dat de Franse Rivièra, de Zwitserse bergen, de Duitse kuuroorden, maar ook de Belgische kust naam en faam kregen. De ontwikkeling van de stoommachine in het negentiende-eeuwse Groot-Brittannië en de aanleg van een spoorwegennet zorgde voor de expansie van de vakantie-industrie.
Voorheen werd er ook gereisd hoor. Op op het einde van de zeventiende eeuw was het voor de West-Europese elite bon ton om na de studies de grand tour aan te vatten, een trip langs de trekpleisters uit de klassieke oudheid. Toen de Britten via de mailboat het vaste land bereikten, ontdekten ze de Belgische kust en bouwden er al gauw een bescheiden toeristische infrastructuur uit. Het was een Londenaar, geen Vlaming, die in 1873 op het idee kwam een pier aan te leggen in Blankenberge. Vanaf 1834 kwam koning Leopold I regelmatig in Oostende en het duurde niet lang of de adel en vooral de burgerij zouden dit voorbeeld volgen.
Op het einde van de negentiende eeuw was er een nieuwe elite ontstaan, die fortuin had gemaakt dankzij industriële activiteiten. Zij konden het zich veroorloven om niet te werken, of minstens twee maanden per jaar vakantie te houden. Ze hielden eraan hun macht en welstand te etaleren in die oorden waar ze samenkwamen met de ander bevoorrechten van hun tijd. In het kielzog van deze evolutie kregen de op hun stand en levenswijze afgestemde accommodatie en ontspanningsmogelijkheden vorm: er werden tennisbanen aangelegd en een beetje badplaats beschikte tevens over een casino-kursaal, waar tentoonstellingen, concerten en galabals plaatsvonden.
Met Madame est servie schreef Diane De Keyzer reeds een standaardwerk over het leven in dienst van de adel en de burgerij in de twintigste eeuw.
De eigenaars van de villa’s op de zeedijk -waar het in dit boek over gaat- waren vooral te vinden onder de gegoede burgerij, minder onder de aristocratie. De vakantiehuizen aan zee waren voorzien met alle comfort dat de belle époque kon bieden en opgetrokken uit een amalgaam van neostijlen met loggia's, veranda's, torentjes, collonades en meer van dat fraais. Op relatief korte tijd was het zeefront volgebouwd.
Met Madame aan zee biedt rondleidingen in een drietal van deze villa's, gelegen in Middelkerke, Westende en Knokke-Heist. De Keyzer beschrijft ze vanuit het standpunt van de dienstmeisjes die er werkten. Al in Madame est servie beschreef zij fragmentair de ‘vakantie’ van de meiden aan zee. In opdracht van Kusthistories een museaal project van de gemeente Middelkerke, schreef ze nu ‘Met madame aan zee’ waarin ze opgebreid op die vakanties ingaat. Meesters en meiden in de villa’s aan de Belgische kust [1900-1945]. Dit geeft haar de gelegenheid in te zoomen op het leven dat meesters en meiden in de schaduw van de zeedijkvilla’s leidden. Ze tekent zo getrouw mogelijk het relaas op van de meiden, in een vlotte stijl volkse accenten inbegrepen.
Het is een boeiend en historisch werkje waarin ook heel wat grappige zaken zitten. Zo bijvoorbeeld het onstaan van de strandcabines. De baders kleedden zich vroeger om in een badkar die oorspronkelijk door een paard in zee werd getrokken. Op die manier raakte men in het water zonder zich al te veel bloot te stellen aan indiscrete blikken. Met madame aan zee is een prachtig historisch werk met een vlotte pen geschreven.
|
Reacties (0)Delen
|