Gelezen door: Marc Dilliën (135 boeken)
Citaat: ""Baziel! opstaan!" Beneden aan de trap zette mevrouw Cleemput haar klep open en schreeuwde: "Of hoort ge weer niet misschien? Als ik naar boven moet komen, gaat ge er godverdomme niet goed van zijn!" Baziel hoorde zijn moeder door de gang terugsleffen en de keukendeur nijdig dichtslaan - om verder koffie te zetten."
Stel, je bent zeventien, woont nog bij je ouders, werkt in de plaatselijke fabriek, je hebt vrienden, voetbalt en het vrouwelijk schoon krijgt volop aandacht.... en dan word je op een morgen verlamd in beide benen wakker. Dit overkomt Baziel Cleemput in de nieuwe roman van Geertrui Daem.Wat doet dit met een mens, met je naaste familie, je vrienden? De auteur vertelt haar verhaal in een sappig verkavelingsvlaams wat de authenticiteit van het verhaal en de personages ten goede komt.
De ganse vertelling is opgehangen aan Baziel zelf, zijn moeder Cleemput -een dominerende vrouw wiens huishouden grondig wordt verstoord door de ziekte van haar zoon- en nonkel Roger - een rooie arbeider, lid van de KP. Die personages worden levensecht gepenseeld in een realistische vertelling die geen details, ook de minder fraaie, uit de weg gaat. Zo wordt uitvoerig ingegaan op de incontinentieproblemen van Baziel, zijn verzorging, zijn verblijf in het ziekenhuis. Het verhaal neemt een wending wanneer Baziel in Oostakker op bedevaart gaat en er ongewild een mirakuleuze genezing veroorzaakt. Hilarisch is ook het bezoek van Koning Boudewijn ten huize Cleemput.
Dit doet mij denken aan Het beleg van Laken van Walter van den Broeck, auteur in wiens traditie Geertrui Daem zich definitief nestelt. Dit is een vertelling over eenvoudige mensen die overvallen worden door een plotse ziekte, over hun angst en ontreddering en vooral over hoe een ziekte het dagelijkse leven van een gezin volledig verandert.
|
Reacties (0)Delen
|
Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)
Citaat: "‘Mevrouw Cleemput schudde vol ongeloof het ronde hoofd met de lillende wangen… Stommelend liep ze de trap af, om bij overbuurvrouw Yvonne Steenbrughe te telefoneren.’"
De jonge arbeider Baziel Cleemput ontdekt op 10 oktober 1957, de ochtend waarop in Windscale, in Europa’s eerste kerncentrale, brand uitbreekt, dat hij ergens in de nacht verlamd is geraakt vanaf zijn middenrif. Hij lijkt incontinent te zijn en hij moet tot zijn grote schaamte badend in zijn eigen vuil, door zijn eigen moeder verschoond worden. Op het boze geroep van zijn moeder dat hij uit bed moet komen, kan hij niet reageren. Samen brengen ze de dag door in de kleine arbeiderswoning van de textielfabriek. Tot kort daarvoor heeft Baziel, net als vrijwel iedereen in het dorp, in de fabriek gewerkt, in de weverij. Nu ligt hij in bed.
Oorzaak en het te verwachten verloop van zijn ziekte zijn ongewis, maar zeker is dat hij van zorg afhankelijk is. De moeder kan de zware last eigenlijk niet aan, maar tegelijk kan ze haar zoon geen ruimte laten. Van jongs af aan heeft ze geprobeerd zijn leven volledig, tot in de intiemste details, onder controle te houden. De vader schittert door afzijdigheid. De huisarts bedekt het feit dat hij met het ziektegeval geen raad weet onder een vloed van ingewikkelde zinnen en protocollen. En dan is er nonkel Roger, de peetoom die de noden van de jonge zieke scherp ziet. Hij organiseert aanpassingen aan het bed en brengt moeder en zoon met zijn ‘stationswagen’, een afgedankt voertuig van de brandweer, overal naartoe. Nonkel is ook degene die voor een verpleeghulp zorgt en kan ook bewerkstelligen dat de mooie slagersdochter wekelijks op bezoek komt.
Rooie Roger is de bijnaam van nonkel, vanwege zijn communistische sympathieën. In zijn lijfblad ‘De Rooie Vaan’ heeft hij gelezen over de brand in Windscale. Hem is een licht opgegaan: zijn neef is verlamd geraakt door straling. Baziel gelooft echter in de analyse van zijn oom. Zijn ziekte heeft nu een naam en een oorzaak en hij wil strijden om dat aan de wereld te melden. Deze nieuwe doelstelling in zijn leven doet hem goed. De zieke, eerst door hoofdpijnen en vermoeidheid gekweld, zit blozend in bed. De moeder moedigt haar zoon aan met haar op bedevaart te gaan naar Lourdes in Oostakker. Daar gebeurt een wonder. Baziel legt een hand op aan het dochtertje van een textielbaron. Het meisje geneest. Aandacht van de media. Een stroom van gulle giften en een plakboek vol fanmail.
Het leven van de invalide wordt steeds opwindender. De moeder kan met al de aandacht, die haar zoon steeds minder afhankelijk van haar maakt, minder goed uit de voeten. Dan volgt de dramatische ontknoping.
De bedlegerige is een schitterend roman waarvan het verhaal, net zoals dat in Olympia, zich situeert in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Geertrui Daem bekende ingrediënten op: eenvoudige maar 'kleurrijke' personages, het werkmansmilieu, een fabrieksdecor, een dosis geloof, een dosis politiek engagement, volkse wijsheden en milde maar soms ook bijtende humor. Ik vind het geheel een prachtige sfeertekening over een tijd die voorgoed tot het verleden behoort.
|
Reacties (0)Delen
|
Gelezen door: Noël Gybels (582 boeken)
De bedlegerige uit de titel is Baziel Cleemput, die in 1957 op een morgen vaststelt, dat hij deels verlamd is en zijn leven compleet ziet veranderen. Daarna volgt een beschrijving van zijn gewijzigde leven, dat door een bezoek aan Oostakker, waar hij ogenschijnlijk een mirakel verricht, nog grondiger zal verstoord worden. Als ook de koning en de televisie hun opwachting maken, bereikt het verhaal een hoogtepunt. Vlot en boeiend om lezen, maar naar het einde toe lijkt ook de komische trommel uitgeput en sleept de plot zich naar een gezochte ontknoping en het open einde toe. Doet aan Walter Van den Broeck denken en is beslist het lezen waard !
|
Reacties (0)Delen
|