Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)
Citaat: "Daar op de bank, schuin tegenover het loket 'geboorten', lees ik voor het eerst zijn geboorteakte, begint die fascinatie voor een papiertje dat ik sindsdien tientallen keren herlezen heb, uit het hoofd kan op zeggen, woord voor woord. "
Op 11 juli 1970 zit het dorpje Olsene met een lijk opgescheept dat nergens en bij niemand thuishoort. Vier dagen later staat Brigitte Raskin op het kerkhof, waar een man van 32 wordt begraven die ze even heeft gekend, maar nooit zelfs een hand heeft gegeven. Een opdringerige huisgenoot is verdwenen. Een obsessie huist voortaan in haar hoofd. Wie was Frans Maes? De zoektocht kan beginnen.
De koekoek legt zijn ei in het nest van een andere vogel en broedt het bijgevolg zelf niet uit. Het koekoeksjong, Frans Maes, wordt ook niet door zijn ouders grootgebracht. Hij moet zich dus handhaven in een vreemde omgeving en doet een beroep op de mensen rondom hem (Vuile Jef, Pater Jan, Edgard P, het O.C.M.W.). Frans Maes had dus ook geen eigen nest, geen eigen thuis, als kind niet, maar ook later vindt hij nooit rust in een eigen stek, hij verhuist voortdurend.
Het boek houdt het midden tussen een roman en een documentaire. Er worden veel stukken uit officiële documenten geciteerd. Frans Maes bestaat immers nog slechts uit documenten. Naast het verhaal van Frans Maes wordt ook de studententijd van Raskin en haar medestudenten kritisch belicht. In 1968 braken in Leuven studentenrellen uit. Raskin maakte ze mee, verliet haar roomskatholieke milieu en stortte zich in een antiburgerlijkheidsactie.
In Leuven moeten Raskin en Maes toen meermalen langs elkaar gegaan zijn. De studenten wilden de wereld veranderen, maar keken niet om naar een sukkelaar die in hun eigen huis woonde. De auteur vertelt het verhaal zelf en beleeft het ook zelf. Samen met Frans Maes, althans hetgene wat over hem vertelt wordt, vormt ze het hoofdpersonage. Frans was van zeer arme komaf, toch liet hij dit niet merken en verdoezelde steeds z'n ware ik. Hij is op de vlucht voor zichzelf. Hij trekt zich niets aan van waarschuwingen. Hij is los, nonchalant en begripvol, maar van fysische kenmerken spreekt men niet.
De auteur zelf is nieuwsgierig, maar toch verlegen. Ze durft de mensen niet goed ondervragen over Frans uit angst geconfronteerd te worden met haar obsessie. Ook de nevenpersonages worden bijna allemaal aan het woord gelaten via de auteur met hun eigen specifieke kenmerken. Het ik-personage krijgt in de loop van het verhaal steeds meer begrip voor Frans, maar stelt zich ook meer en meer vragen. Deze debuutroman kreeg de AKO litereatuurprijs in 1989 en in 1990 ook de prijs van de Vlaamse Lezer. Een boek dat ik van meet af aan gekoesterd heb. In dit boek zie je namelijk beetje bij beetje een totaal onbetekenend iemand uitgroeien tot een persoon.
|
Reacties (0)Delen
|