Gelezen door: Norbert De Meyer (139 boeken)
Dit is een boek waaruit het schrijfplezier zo uit opborrelt dat de lezer ervan meegeniet, het is zo uitzonderlijk als sneeuw in hartje zomer. Dartel, springerig, veelzeggend, onthutsend, verhelderend zijn deze polemieken, essays, columns, randstukken, dagboekextracten, of hoe je ze ook benoemen wil. Natuurlijk moet je niet alles slikken wat Maarten ’t Hart je probeert wijs te maken, maar nergens storen zijn fantasieën die flirten met autobiografische bekentenissen .
Ontluisterend is het hoofdstuk De primatenerfenis, waarin hij als ex-jurylid achter de schermen van de diverse boekenprijzen gluurt en een boekje open doet over het reilen en zeilen in die middens. Na lezing ga je beslist met andere ogen naar de prijsbeesten en hun werkstukken kijken. ’t Hart opent nogal wat onwelriekende putjes en potjes, maar steeds loert de humor om het hoekje en daardoor neemt hij je alsnog naïef te grazen. Een bundeling notities van een smakelijke verteller.
Lezen! Het kriebelt als de lente. Je zult het je nimmer beklagen.
|
Reacties (0)Delen
|
Gelezen door: Theo Schippers (104 boeken)
Citaat: "Behalve aanloop van mensen met wie je een afspraak hebt gemaakt, heb je ook aanloop van allerlei lieden die het in hun hoofd halen om onaangekondigd bij je aan te bellen, in de veronderstelling dat je ze, ondertussen aangenaam met ze converserend, zult onthalen op koffie of thee. Ze zijn vaak stomverbaasd, soms zelfs duidelijk gebelgd als je hen niet wilt binnenlaten. ‘Maar ik ben een van uw grootste bewonderaars, en toch wilt u mij niet ontvangen?’ In de zomermaanden is er onophoudelijk aanloop van Duitse echtparen die hier aan de Nederlandse kust vakantie vieren en op enig moment op het idee komen om, nu ze hier toch vertoeven, bij wijze van vakantie-uitje bij de in Duitsland zo populaire schrijver Maarten ’t Hart op bezoek te gaan."
De ironie van deze bundel verhalen en notities is dat een schrijver voor een heel eenzaam bestaan kiest, 't Hart noemt zichzelf een 'geestelijk eenpittertje', en eens hij ervan kan leven krijgt hij of zij ineens al die signeersessies en prijsuitreikingen in allerhande landen, ontmoetingen met massa's mensen, pers en uitgevers en lezers, fotografen en filmers, bezoekjes van fans voorgeschoteld...
Als bioloog, waarbij hij gezellig het gedrag van stekelbaarsjes kon observeren met het bordje 'niet storen' op zijn deur, was 't Hart beter af. En zijn (schaarse) vrienden hebben geen medelijden met hem. Ze vinden dat als hij echt zo alleen wilde zijn, hij maar vuurtorenwachter had moeten worden, of lijkschouwer.
Voor iemand als ik, die ook thuiswerkt en die ook geniet van alleen zijn, is dit een heel herkenbaar boek. De manier waarop 't Hart ermee omgaat dat hij toch geregeld naar allerhande landen op verplichte uitstap moet (of dat mensen naar hem toekomen), is heel grappig en sprankelend beschreven, én je leert ervan bij hoe een ander 'geestelijk eenpittertje' met verplichte uitstapjes omgaat.
Ook kon ik de kritische beschrijving op het reilen en zeilen binnen de literatuurwereld, de wereld achter de boekenprijzen en de houding van sommige auteurs, heel goed smaken.
En niet alleen van die wereld. Zoals gewoonlijk heeft 't Hart een zeer grappige relativerende toon, nooit té onvriendelijk, wel terecht. Hij lacht met anderen, maar ook met zichzelf, en met hoe het leven nu eenmaal loopt. Ook als het narigheden zijn kan hij het zo leuk verwoorden dat er niets naars meer aan is.
Als we dan toch niet alleen zijn op de wereld, en als de anderen die om ons heen lopen niet altijd de aangenaamste personen zijn, en de bestaande structuren kritiek verdienen, moeten we ze er wel bijnemen. En dan kunnen we maar beter lachen om alle avonturen die we daarmee beleven, niet?
|
Reacties (0)Delen
|