De vergeten gesprekken met Hitler

Gelezen door: (0 boeken)

Citaat: "De Jood is van nature destructief. Het idee van een zelfstandig bestaan in natieverband is hem vreemd. De aanwezigheid van Joden in een moderne staat werkt als een giststof om die staat te doen ontbinden. Zij zullen dus uit hun rechten moeten worden ontzet. In Duitsland geboren zijn is beslist geen toereikende voorwaarde voor het staatsburgerschap. Joden zijn geen Duitsers. Ze zijn als een vreemd volk in ons midden [er volgt een vergelijking met Japanners]. Een vermenging van rassen doet afbreuk aan vitaliteit. [] Joden en Ariërs tegenover elkaar stellen is essentieel. Gemengde rassen verdwijnen."

Adolf Hitler antwoordt op de directe vraag 'En wat wilt u doen met de Joden?'. De interviewer is George Viereck, een Amerikaanse journalist. Hij publiceerde zijn vraaggesprek in 1923 in 'The American Monthly', een maandblad voor Amerikaanse burgers van Duitse afkomst. Het blad verdwijnt in 1933. Viereck werd in die jaren in de gaten gehouden door de FBI om zijn propagandawerk. Hij is een Duitse agent en zit gevangen van 1942 tot 1947. Het is deze informatie die de lezer van Branca's werk in verschillende delen krijgt. De Parijzenaar reconstrueert zestien interviews van Franse, Britse en Amerikaanse journalisten, gesitueerd tussen 1923 en 1940. Hij voorziet elk van een inleiding en verwijst in zijn tekst of in het interview naar de noten (meer dan 30 bladzijden) achteraan. Voor Branca de interviews weergeeft, besteedt hij aandacht aan de fascinatie van de buitenlandse pers voor Hitler in een eerste deel. Na de interviews schrijft hij over wat er van de journalisten is geworden. Dat is heel wat, voor een lezer. En dat is mijn enige negatieve kritiek. De lezer kan de verschillende delen niet altijd apart lezen, maar moet vaak (terug)bladeren voor bijkomende informatie. Dat staat een vlotte lectuur in de weg. Maar de doelstelling van het werk zelf is natuurlijk wel de belangrijkste reden om 'De vergeten gesprekken met Hitler' met veel aandacht te lezen. Ik onthoud vooral de gewiekste keuze van Hitler voor zijn gesprekspartners-journalisten. Overtuigde nazisten van het eerste uur waren overbodig, het moesten reporters zijn die werkten voor grote kranten en tijdschriften. Die konden hun vele lezers in Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bereiken. Waar Hitler in zijn antwoorden op aanstuurde, was de buitenwereld overtuigen van zijn streven naar vrede (jawel), vooral met Frankrijk. Verder trok hij van leer tegen het bolsjewisme (na 1917: Russische revolutie)en het voor Duitsers vernederende Verdrag van Versailles na WO I. Wat ook opvalt, is de fascinatie van die buitenlandse journalisten voor de man. Hij wordt beschreven als kwiek, gezond, zachtaardig (jawel) en eenvoudig. Zijn felblauwe ogen kunnen sommigen onder hen zelfs in een soort adoratie brengen. Hitler moest alle interviewen eerst nalezen voor publicatie en soms hadden de reporters slechts de kans om drie vragen te stellen waarna de Führer dan kon oreren (pure propaganda, dus). Van doorvragen is geen sprake, maar anderzijds zijn de journalisten nooit echt kritisch, zoals we dat - ik zou zeggen: gelukkig - vandaag wel kennen; ze zijn meestal zelf anticommunistisch, geloven in Hitlers verlangen naar vrede en sommigen hebben sympathie voor zijn ideologie. In de Nederlandstalige vertaling is er een nawoord van Frank Seberechts, auteur van het recente "Drang naar het Oosten". Hij brengt een duidelijk overzicht van de persartikelen in België en Nederland in het interbellum. In die periode en nog lang nadien waren kranten een middel om politieke en maatschappelijke boodschappen over te brengen. Ze waren gekleurd. Ook hier valt veel te leren. Vlamingen waren geen grote krantenlezers. De journalisten namen Hitler in de jaren 20 niet echt serieus (bijvoorbeeld na Hitlers mislukte Bierkellerputsch in Beieren), maar berichtten wel over de paramilitaire gewelddaden van de SA. In het begin van de jaren 30 meldde de liberale Le Matin al het bestaan van concentratiekampen en over het neerschieten van communisten. Vele kranten hielden de vinger aan de pols wanneer ze het hadden over de behandeling van joden en de Neurenberg-wetten (1935). Cartoonisten schoten met scherp. Het boek is dus in zijn geheel zeer aanbevelenswaardig, want leerrijk, en voor mij ook een bewijs van de noodzaak van alertheid in sociaal en/of economisch moeilijke tijden.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Gelezen door: Marita Schaukens (140 boeken)

Citaat: "De Jood is van nature destructief. Het idee van een zelfstandig bestaan in natieverband is hem vreemd. De aanwezigheid van Joden in een moderne staat werkt als een giststof om die staat te doen ontbinden. Zij zullen dus uit hun rechten moeten worden ontzet. In Duitsland geboren zijn is beslist geen toereikende voorwaarde voor het staatsburgerschap. Joden zijn geen Duitsers. Ze zijn als een vreemd volk in ons midden [er volgt een vergelijking met Japanners]. Een vermenging van rassen doet afbreuk aan vitaliteit. [] Joden en Ariërs tegenover elkaar stellen is essentieel. Gemengde rassen verdwijnen."

Adolf Hitler antwoordt op de directe vraag 'En wat wilt u doen met de Joden?'. De interviewer is George Viereck, een Amerikaanse journalist. Hij publiceerde zijn vraaggesprek in 1923 in 'The American Monthly', een maandblad voor Amerikaanse burgers van Duitse afkomst. Het blad verdwijnt in 1933. Viereck werd in die jaren in de gaten gehouden door de FBI om zijn propagandawerk. Hij is een Duitse agent en zit gevangen van 1942 tot 1947. Het is deze informatie die de lezer van Branca's werk in verschillende delen krijgt. De Parijzenaar reconstrueert zestien interviews van Franse, Britse en Amerikaanse journalisten, gesitueerd tussen 1923 en 1940. Hij voorziet elk van een inleiding en verwijst in zijn tekst of in het interview naar de noten (meer dan 30 bladzijden) achteraan. Voor Branca de interviews weergeeft, besteedt hij aandacht aan de fascinatie van de buitenlandse pers voor Hitler in een eerste deel. Na de interviews schrijft hij over wat er van de journalisten is geworden. Dat is heel wat, voor een lezer. En dat is mijn enige negatieve kritiek. De lezer kan de verschillende delen niet altijd apart lezen, maar moet vaak (terug)bladeren voor bijkomende informatie. Dat staat een vlotte lectuur in de weg. Maar de doelstelling van het werk zelf is natuurlijk wel de belangrijkste reden om 'De vergeten gesprekken met Hitler' met veel aandacht te lezen. Ik onthoud vooral de gewiekste keuze van Hitler voor zijn gesprekspartners-journalisten. Overtuigde nazisten van het eerste uur waren overbodig, het moesten reporters zijn die werkten voor grote kranten en tijdschriften. Die konden hun vele lezers in Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bereiken. Waar Hitler in zijn antwoorden op aanstuurde, was de buitenwereld overtuigen van zijn streven naar vrede (jawel), vooral met Frankrijk. Verder trok hij van leer tegen het bolsjewisme (na 1917: Russische revolutie)en het voor Duitsers vernederende Verdrag van Versailles na WO I. Wat ook opvalt, is de fascinatie van die buitenlandse journalisten voor de man. Hij wordt beschreven als kwiek, gezond, zachtaardig (jawel) en eenvoudig. Zijn felblauwe ogen kunnen sommigen onder hen zelfs in een soort adoratie brengen. Hitler moest alle interviewen eerst nalezen voor publicatie en soms hadden de reporters slechts de kans om drie vragen te stellen waarna de Führer dan kon oreren (pure propaganda, dus). Van doorvragen is geen sprake, maar anderzijds zijn de journalisten nooit echt kritisch, zoals we dat - ik zou zeggen: gelukkig - vandaag wel kennen; ze zijn meestal zelf anticommunistisch, geloven in Hitlers verlangen naar vrede en sommigen hebben sympathie voor zijn ideologie. In de Nederlandstalige vertaling is er een nawoord van Frank Seberechts, auteur van het recente "Drang naar het Oosten". Hij brengt een duidelijk overzicht van de persartikelen in België en Nederland in het interbellum. In die periode en nog lang nadien waren kranten een middel om politieke en maatschappelijke boodschappen over te brengen. Ze waren gekleurd. Ook hier valt veel te leren. Vlamingen waren geen grote krantenlezers. De journalisten namen Hitler in de jaren 20 niet echt serieus (bijvoorbeeld na Hitlers mislukte Bierkellerputsch in Beieren), maar berichtten wel over de paramilitaire gewelddaden van de SA. In het begin van de jaren 30 meldde de liberale Le Matin al het bestaan van concentratiekampen en over het neerschieten van communisten. Vele kranten hielden de vinger aan de pols wanneer ze het hadden over de behandeling van joden en de Neurenberg-wetten (1935). Cartoonisten schoten met scherp. Het boek is dus in zijn geheel zeer aanbevelenswaardig, want leerrijk, en voor mij ook een bewijs van de noodzaak van alertheid in sociaal en/of economisch moeilijke tijden.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: