Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)
Citaat: "
Voorgoed zwijgen de sirenen en de lauwe windrimpelingen/
die zich door jaloezieën, gordijnen heen/
over plafond en wandtapijt bewogen, worden nu/
via een slangachtige stortkoker afgevoerd, onder puin, verwrongen/
leidingen, onder uit hun sponningen gelichte ingeslepen/
vergezichten, onteigende dromen bedolven/"
. Hans Tentije zijn referentiekader is eerder de Europese dan de Nederlandse literatuur en zijn stijl sluit aan bij de Amerikaanse epische traditie. Hij schrijft lange, verhalende gedichten waarvan trefzekere observatie, oog voor detail en rake typeringen van personages en landschappen de belangrijkste kenmerken zijn. Dat levert een bijzonder beeldrijke poëzie op die met uiterste precisie taferelen en panorama’s schildert. Tegelijk slaagt de dichter er op meesterlijke wijze in om in die helderheid een zekere onbestemdheid te creëren waardoor soms werkelijkheid, droom en verbeelding in elkaar overvloeien, wat tot bijzondere inzichten leidt.
Hans Tentije wordt op 23 december 1944 geboren te Beverwijk onder de naam Johann Krämer. Hij groeit op in Wijk aan Zee en leest al vroeg poëzie van Slauerhoff, Achterberg en de Vijftigers. Na zijn opleiding wordt hij leraar Nederlands en richt zich op een schrijverscarrière.
Aanvankelijk lijkt het erop of Tentije een prozaïst wordt: in 1970 publiceert hij enkele romanfragmenten in De Gids. Vijf jaar later echter, als de roman voltooid is, geeft Tentije aan dat deze zo experimenteel is van karakter dat hij de enige is die hem kan lezen. De roman blijft dan ook ongepubliceerd.
In 1975 debuteert Tentije met de poëziebundel Alles is er en andere gedichten. De bundel is sterk anekdotisch en beeldend van karakter en getuigt van een sterke politieke betrokkenheid. Alles is er en andere gedichten wordt zeer goed ontvangen en wordt bekroond met zowel de Van der Hoogtprijs als de Herman Gorterprijs.
De tweede bundel van Tentije, Wat ze zei en andere gedichten (1978), was lyrischer en minder vertellend en beschrijvend. Als hoofdthema van deze bundel kan herinneren en het voorbijgaan van de tijd genoemd worden. Ook deze bundel werd goed ontvangen in de pers.
De volgende bundels echter, waaronder Nachtwit (1982) en Schemeringen (1987) worden een stuk minder goed ontvangen. De humoristische ondertoon van de vorige bundels maakt plaats voor een meer melancholische inslag. Tentije stelt zich als dichter afstandelijker op: als commentator en beschouwer.
In 1990 debuteert hij toch nog als prozaïst met zijn roman De innerlijke bioscoop. De bundel krijgt enkele positieve besprekingen, maar wordt verder weinig opgemerkt. Tentije blijft toch hoofdzakelijk een dichter. In 1994 verscheen er, buiten de bloemlezing Drenkplaatsen: gedichten 1975-1987, ook de bundel Van liefde en sterfte.’
In de voorlaatste bundel van Tentije, Verloren speelgoed (2001), keert het verhalende, epische karakter van zijn gedichten weer terug, wat ook in zijn meest recente bundel Wat het licht doet (2003) het geval is
Voordat het laatste communistische bolwerkje definitief in al zijn voegen begon te kraken, nam Hans Tentije er al eens een kijkje. Maar wie benieuwd is naar hoe het nu precies toegaat in Albanie, wordt van het lezen van De innerlijke bioscoop niet veel wijzer. Wat Tentije ons in korte impressies over zijn jeugd en over zijn Oosteuropese ervaringen voortovert, is strikt individueel. Zijn observaties zijn bij uitstek dichterlijk en niet werkelijkheidsgetrouw. De taal speelt hierbij soms een dubbelrol, als middel en als inspiratiebron voor de verbeelding. “Alleen de zee, de nabijheid van de zee, verleent aan het woord bries die door het licht gezouten, onvervreemdbaar weemoedige klank.”
Alles wat hij ziet gaat door zijn 'innerlijke bioscoop' om er als een heel ander soort film weer uit te komen. Het gaat hem niet om wat hij ziet, maar om de beelden die het waargenomene bij hem oproept. Na lange tijd uitverkocht te zijn geweest, is het enige prozawerk van Hans Tentije opnieuw leverbaar. De innerlijke bioscoop bevat een intrigerende mengeling van korte, lyrische prozastukken, afgewisseld met schitterende etsen van kunstenaar Peter Bes. Deze nieuwe, herziene editie is uitgebreid met maar liefst dertien niet eerder verschenen stukken.
|
Reacties (0)Delen
|