Gelezen door: Norbert De Meyer (139 boeken)
Citaat: "Het beloofde land, is dat het land waar men gelukkig is of althans wordt verondersteld te zijn? Zo’n land kan ik mij niet voorstellen. Nog minder een toestand van volmaakte en nimmer eindigende gelukzaligheid. Mettertijd ben ik uitermate cynisch geworden."
Ik heb met steeds groeiende belangstelling Jeroen Brouwers’ geschriften gelezen, maar deze gebloemleesde polemiekenturf van meer dan 700 bladzijden bekeek ik met een lodderoog. Ook letterlijk is dit een taaie en onhandige papierbulk.
Toegegeven, technisch fraai in elkaar geknutseld. Ik nam me voor daar komende zomer zo nu en dan, als mijn hoofd er naar stond, een hamerstuk uit te consumeren, wat natuurlijk buiten Brouwers’ stijl gerekend was: bij kraag en broek sleepte hij me zo in zijn kielzog mee dat ik van geen ophouden wist en het bijaldien zonde vond toen de olifant met de lange snuit langs kwam.
Lezers die enigszins vertrouwd zijn met J.B.’s pen weten welk erudiet vlees ze in de kuip hebben. Het molenwiekend om zich heen slaan, het fulmineren, het vervaarlijk grommen tegen alles en iedereen waar hij het niet mee eens is, ze zijn slechts als de suikerlaag op een frangipanetaart. Het smeuïge zit binnenin. Hap maar toe. Grondig gedocumenteerd, uitputtend geanalyseerd, gestaafd met bewijzen en documenten. Voor je het weet, lig je als geviseerde knock-out op het canvas.
Deze stapel papier is een weldoordachte neerslag uit her en der eerder verschenen ‘feuilletons’ en ‘kladboeken’ dezes schrijver en mede daardoor (soms) gedateerd. Toch bewijzen ze voor de elfendertigste keer wat een briljant taaltje deze belezen man hier bezigt en als confetti over de lezershoofden neer laat dwarrelen.
Wie herinnert zich niet de commotie om Brouwers’ afwijzing van de Prijs der Nederlandse Letteren, zijn chagrijn tegen toenmalig Nederlands minister van Cultuur Plasterk, zijn non-familiariteit met het Nederlandse en Belgische vorstenhuis, zijn verzuurde relaties met Julien Weverbergh en Angèle Manteau, de geschiedenis van de Leo J. Krynprijs en het hele potsierlijke circus daar omheen, zijn dweperijen met of afkeer van de Nederlandse letteren, de pijnpunten tussen Vlaams en Nederlands en de woekerende prijzenfestivals, zijn adoratie voor of het neersabelen van collega-schrijvers (over o.m. Kousbroek, L.P. Boon, Van het Reve, W.F. Hermans, Jan Cremer, Boudewijn Buch, Elsschot…), ach, de lezer zoekt het wel uit, het hele boek wemelt van Brouwers’ hoogst persoonlijke visie daarop, in de wetenschap van ‘en buigt het niet dan barst het maar’.
Een goed polemisch stuk is af en toe doorspekt met een rake grap, een billenkletser, alsook zijn metaforen nooit ver uit de buurt, maar bij sommige korzeligheden heb ik echt geschaterd. Waarna de ernst weer opborrelt en je beduusd doet opkijken naar dit vreemde literaire wereldje. J.B.’s enorm taalkundig vermogen slaat in Letterenland in als een uit haar baan geslagen meteoriet.
Deze bladzijden vormen een doorlopend feest van de Nederlandse taal. Steek je benen maar onder tafel en smul mee van dit overdadig buffet. Meer zelfs: deze hamerstukken en korzeligheden lezen als een ingekorte cursus Nederlandse literatuurgeschiedenis. Ik heb me te pletter gesmikkeld aan de pen van deze taalvirtuoos.
Ik likkebaard nog lang na.
|
Reacties (0)Delen
|