Gedichten Gods, of De vergrijpstuiver

Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)

Citaat: "„U als aantredend paus... ik als aftredend paus...” houdt Benedictus zijn opvolger voor. „Totdat de curie anders beslist, zijn we samen onfeilbaarder dan een paus alleen. Wij bepalen de regels.”"

A.F.Th.Van der Heijden(1951) is een schrijver van autobiografisch getinte verhalen en romans. In zijn werk is het eigen leven van de schrijver te herkennen. Dit maakt dat het gehele oeuvre met elkaar verbonden is. Van der Heijden wordt weleens gezien als de vertegenwoordiger van een generatie die na de oorlog opgroeide; dit in tegenstelling tot schrijvers als Harry Mulisch, Willem Frederik Hermans en Jan Wolkers die de Tweede Wereldoorlog tot een belangrijk motief in hun werk maakten. Kern van het oeuvre van Van der Heijden is de cyclus 'De tandeloze tijd'. Kenmerkend is dat deze oorspronkelijk bedoeld is als trilogie, maar veel omvangrijker werd. Daarnaast publiceert hij tussendoor ook 'los' autobiografisch werk, onder andere in de vorm van dagboekaantekeningen en requiems,… A.F.Th. van der Heijden studeerde min of meer tegelijk met Frans Kellendonk in Nijmegen. Hun pad kruiste met regelmaat. Gedichten Gods of De vergrijpstuiver werd in 2014 uitgesprok door A.F.Th. van der Heijden en als de eenentwintigste Kellendonklezing. Het is niet alleen een bevlogen tekst over Kellendonk als schrijver, inspirator en vriend, maar Van der Heijden stelt er ook zijn eigen poëtica tegenover. Hij vertelt over de mengvorm van het klassieke toneel en de antieke tragedie als blauwdruk voor zijn romans. De auteur verbindt zijn herinneringen aan Kellendonk met aspecten van hun beider literaire werk en werkwijzen en met zijn woede en verdriet om wat kinderen is aangedaan door personeel van de Rooms-Katholieke Kerk. Deze verbinding wordt gemaakt door te attenderen op zowel de overeenkomst tussen auteur en Kellendonk in het gebruik van een traditionele vorm als ook hun verschil daarin. Het onderwerp van deze nu gepubliceerde voordracht is zowel de 'integricide', zoals de auteur het noemt, op misbruikte kinderen (schepsels ofwel gedichten Gods) door werkers in de Rooms-Katholieke Kerk wereldwijd, als ook de woede en het verdriet erover van de auteur zelf, die drie jaar ervoor zijn zoon verloor door een ongeluk. In barokke ironie met voldoende slapstick suggereert de auteur dat de twee nu levende pausen samen sterk genoeg zijn om hun kerk op te heffen wegens smeerlapperij, met behoud van alle cultuur die zij ook heeft opgeleverd.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Nijmegen