Gelezen door: Ann Horckmans (259 boeken)
Citaat: "Iedere lof waardige Meester,
Allemensen neem me niet kwalijk maar ik tril nog bij de gedachte aan het gevaar dat ik heb gelopen en afijn zoals ik al zei hield ik mijn adem in en draaide me om en toen ik die vrouw zag zei ik bij me eigen moet je zien hoe die totebel me aan het schrikken heeft gemaakt terwijl het dienstmeisje van Dorothea (want dat was degene die haar hand op mijn schouder legde) deed van sssst met haar wijsvinger voor haar mond alsof dat nodig was."
Salaì, de pleegzoon van Leonardo da Vinci, moet tijdens het verblijf van beiden in Rome aan zijn 'Meester' verslag uitbrengen van wat Leonardo uitspookt en wat hij te weten komt.
Het boek is een aaneenschakeling van de brieven die Salaì naar zijn Meester stuurt. De brieven zijn geschreven door de jongen die blijkbaar niet erg taalkundig is aangelegd. In het begin is het dan ook niet makkelijk om de lange zinnen, zonder enig leesteken of onderbreking, op te nemen, maar langzaamaan went de schrijfstijl van Salaì. Subliem is het wel hoe Salaì in zijn brieven telkens afdwaalt naar wat voor hem echt belangrijk is -de vrouwen in al hun pracht- en daardoor van belangrijke historische meldingen eerder een bijzaak maakt.
Wat ik zeker kan appreciëren, is de apoloog met veel informatie en feiten waarop het schijnbaar luchtige verhaal is gebaseerd.
Een historische thriller waar ongetwijfeld enorm veel onderzoek aan voorafgegaan is.
|
Reacties (0)Delen
|