Gelezen door: jdk (3 boeken)
Citaat: "Een verhaaltje dat Thijm me onlangs vertelde. Er ligt een vogel te creperen in een vrieskoud weiland. Een man loopt langs en hoort de vogel. Jij overleeft de nacht niet, denkt de man, kijkend naar het zielige bundeltje verlepte veren. Dan ziet de man een dampende koeienvlaai en hij duwt het verkleumde beestje in de warme stront. Zo lukt het je misschien de nacht door te komen, denkt de man, en hij loopt door. Een halfuur later komt er een andere man voorbijgelopen. Hij hoort de opgewarmde vogel uitgelaten kwetteren. Wie heeft jou hierin gedrukt, denkt de andere man, waarna hij zich voorover bukt om de vogel naast de vlaai te zetten. Voor de eerste zonnestralen hem kunnen verwarmen, sterft de vogel van kou en uitputting. Ergo: zij die je in de stront duwen hebben niet altijd het slechtste met je voor, zij die je uit de stront trekken doen niet automatisch het goede, en zij die in de stront zitten moeten vooral niet te luid kwetteren."
De ietwat zweverige titel Ik omhels je met duizend armen doet vermoeden dat je een zeemzoeterig "feel good" verhaal tegemoet gaat. Zelfs de eerste alinea's sterken dat vermoeden, want het hoofdpersonage zwelgt als het ware in geluk. Hoewel, de aandachtige lezer heeft dan al door dat er een faƧade te doorprikken valt.
Giphart gaat er keihard tegenaan en laat geen heilig huisje intact. Een ruw en rauw boek? Hoegenaamd niet, want naast de welgemikte/welgemeende platitudes vind je hoogst tedere, warme passages. Op zoek naar iets tussen Brusselmans en Naegels in? Gevonden!
|
Reacties (0)Delen
|