Van de vijand en de muzikant

Gelezen door: Fieke Van der Gucht (58 boeken)

Citaat: "Wie zegt dat kunstenaars lijden, moet eens denken aan hun ouders."

Ramsey Nasr vormt het levende bewijs dat intellectuelen ook lekkere stukken kunnen zijn (en schrijven). Hij verenigt beauty en brains, maar om het helemaal interessant te maken, ook verschillende culturen en stielen in één persoon: half Palestijn, half Nederlander, en sinds zijn stadsdichterschap volbloed Antwerpenaar, dichter, prozaschrijver, essayist, acteur, regisseur en muziekliefhebber. Dat maakt Van de vijand en de muzikant rijker en diverser dan menig andere essaybundel.

In het eerste deel bestrijdt Nasr de idee dat poëzie moeilijk zou zijn. Men moet haar benaderen gewoon juist benaderen: als een genre waar taal een doel op zich is en geen middel. In het verlengde daarvan ligt zijn pleidooi voor cultuur met een grote C: niet de cultuur zelf moet toegankelijker worden gemaakt, maar wel de bruggen ernaar toe. En al noemt hij klassieke muziek iets voor mietjes, zelden iemand zo gepassioneerd over zijn liefde voor Sjostakovitsj weten vertellen.

In het tweede deel rekent Nasr af met een aantal vijanden. Vooral de hetze rond zijn stuk over Palestina bij het begin van zijn stadsdichterschap zette heel wat kwaad bloed bij een aantal opiniemakers. Hij dient hen van antwoord, maar houdt het hoofd perfect koel. Met elke snedig geformuleerd en welberedeneerd argument deelt hij in glashelder Nederlands mokerslagen uit.

Gymnastiek voor de geest die toch verteerbaar blijft.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: