Gelezen door: Norbert De Meyer (139 boeken)
Citaat: "Hij had het detectivegenre gemoderniseerd. Hij had het ontdaan van de traag denkende vertegenwoordigers van de oude school, gewone stervelingen die applaus kregen voor het ontcijferen van overduidelijke aanwijzingen die pal voor hun neus waren neergelegd. Hij had ze vervangen door een koel, berekenend type dat aanwijzingen voor een moord kon zien in een balletje kamgaren, en onherroepelijke veroordelingen in een schoteltje melk."
Sir Arthur Conan Doyle, de man die Scherlock Holmes creëerde, wordt in dit boek op een wel danig vrijpostige en onthullende manier te kijk gezet. ’s Werelds beroemdste detectiveschrijver haakt zich als een pitbull vast in zijn prooi, zijnde de ten onrechte tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeelde advocaat George Edalji die het presteerde om, met wat begint als een peulschil, potsierlijk te worden aangeklaagd en berecht, daarbij diens hele domineesfamilie in zijn zog meesleurend. Toen koningin Victoria nog de scepter zwaaide over de halve wereld, was de rechtspraak krommer dan vandaag, zo blijkt.
Arthur heeft een taaie brok aan de in eerste instantie belachelijk aandoende zaak-Edalji, die gaandeweg tegen het absurde aanleunt. Hij zal er uiteindelijk, in tegenstelling tot zijn creatie Holmes, niet in slagen het gelijk helemaal aan zijn kant te krijgen.
De eerste twee delen zijn van een wervelend literair en inhoudelijk vertoon. Barnes slaagt er verduiveld goed in het Victoriaanse tijdperk ten voeten uit te tekenen. Op en top Brits, flegmatiek en chaotisch. Beroerder kon het nauwelijks eind 19de eeuw.
Jammer genoeg lijkt het bobijntje van de auteur naar het finale einde grotendeels afgerold, om in het vierde deel compleet de mist in te duiken. Dat laatste deel, met name de spiritistische uitwasemingen van Arthur, berusten in grote mate op dolle fantasie. Ze ontkleuren het verhaal.
Het boek start verschroeiend, als een bolide uit de startblokken, om gaandeweg te sputteren en op het einde van de rit met leeggelopen banden aan te komen.
Ik heb me in eerste instantie zéér geamuseerd, tot vermoeidheid zich liet gevoelen en ik met een zekere opluchting het boek dichtsloeg.
Mijn devies: gooi deel vier met punten en komma’s in de prullenbak, schrap zonder hartzeer grondig in deel drie en wat dan nog overeind blijft, is een drieste vertelling zonder weerga.
Barnes is een rasverteller. Er valt heel wat te ontdekken in deze bombastische roman. Maar deze kanjer is een uitputtingsslag. Dikke boeken zijn niet per se meesterwerken.
|
Reacties (0)Delen
|