Die van die van u

Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)

Citaat: "Vader was een mooie held./ Vader was de baas./ Vader was een duidelijke mengeling van Onze / Lieve Heer en Sinterklaas./ ‘Ben je bang voor ’t hondje?/ Hondje bijt niet./ Pappa zegt dat hij niet bijt.’/ Op een mooie Pinksterdag/ met de kleine meid./ "

Anna Maria Geertruida Schmidt (1911-1995) debuteerde in 1938 maar pas na de oorlog begon haar carrière echt. In 1950 verschenen drie bundels: En wat dan nog?, Het fluitketeltje en Brood en Mangelpers. Daarna begon ze met het schrijven van de verhaaltjes over Jip en Janneke, waarvoor Fiep Westendorp de tekeningen maakte. Later verschenen bekende kinderboeken als Abeltje, Wiplala, Minoes, Pluk van de Petteflet, Otje. Voor volwassenen schreef ze columns, cabaretliedjes en teksten voor radio- en televisieseries, zoals "Ja zuster, nee zuster".
In 1965 ontving zij als eerste de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur (nu de Theo Thijssenprijs), voor haar hele oeuvre kreeg ze in 1987 de Constantijn Huygensprijs en in 1988 kreeg ze uit handen van Astrid Lindgren de hoogste internationale prijs die er voor kinderboeken bestaat: de Hans Christian Andersenprijs.

Aan de vooravond van het zeventigjarig bestaan van Uitgeverij Van Oorschot in 2015 verschijnt nu, dankzij de erven Schmidt en collega-uitgeverij Querido, voor één keer een keuze uit haar werk die, naar het befaamde citaat van Simon Carmiggelt, is 'gedundrukt door Van Oorschot'.
Die van die van u is met 256 pagina’s een minuscuul boekje geworden. Tegenwoordig gaat dundrukken niet zozeer meer om ruimtebesparing, maar is het een gewilde uitgavevorm voor bibliofielen. Die van die van u was binnen de kortste keren uitverkocht. Zij het door de mooie uitgave, zij het door de jubelende BN’ers bij "De Wereld Draait Door".
Het boekje geeft een verrassende nieuwe kijk op het werk van Annie M.G. Schmidt. In Die van die van u is voor de eerste keer geen onderscheid gemaakt tussen Schmidts gedichten voor kinderen en volwassenen. Het resultaat is even verrassend als aanstekelijk. Het boekje bevat 150 gedichten. De gedichten zijn in tijdvakken opgedeeld, die in chronologische volgorde staan. De bloemrijke naoorlogse taal en de galloperende cadans maken de gedichten heerlijk des Annies. Wie Schmidt vooral kent van jeugdboeken als Wiplala en Minoes zal blij zijn dezelfde toon terug te vinden in de gedichten, maar dan vaak met een rauw randje. Bij het samenstellen van de bundel is geen onderscheid gemaakt tussen liedjes, kindergedichten en grotemensengedichten. Het is haast vreemd dat dat bij eerdere boeken wel gedaan is, want de meeste teksten van Schmidt zijn niet zo makkelijk te kwalificeren. Bijna van elke tekst kan worden gezegd dat het op verschillende niveaus kan worden gelezen. Een gedicht kan dan voor een kind een andere betekenis hebben dan voor een volwassene. In de laatste jaren van Schmidts carrière lijken de onderwerpen wel iets serieuzer te worden: zo staat er een aantal aardige stukken in over seks, ouder worden en homoseksualiteit.

Het lezen van de gedichten is een mooie reis langs dwarse woorden en levenslessen. Verfrissend om de gedichten en liedjes voor groot en klein naast elkaar te ontmoeten, bijvoorbeeld: ‘Aan een klein meisje’ naast ‘Het fluitketeltje’, en ‘Op een mooie pinksterdag’ naast ‘Pepijn de kat’. Zo levert het boekje het bewijs dat er niets kinderachtigs aan kinderpoëzie is en dat de ‘light verse’-gedichten de tand des tijds glorieus hebben doorstaan.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Amsterdam