Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)
Citaat: "‘Een heilichtende huivering trok door het oosten als een rimpeling onder water gezien, een schal kwam uit donderdragende wolken, een basroffel uit diepe trom, godenspanwielslag: tijd rolde en donderde tot stilstand.’ "
Hafid Bouazza debuteerde met de verhalenbundel 'De voeten van Abdullah' (1996) die een enorm succes kende. Ook de novelle 'Momo' (1998), zijn toneelbewerking van 'De slachting in Parijs' (2001) en de roman 'Paravion' (2004) – waarvoor hij de Gouden Uil kreeg – werden jubelend ontvangen. Daarna verscheen zijn naam nog een paar keer in de kranten, vooral door zijn heftige kritiek op de islam en de Marokkaanse gemeenschap. Zijn laatste roman 'Spotvogel' kwam uit 2009, maar dit boek werd door veel recensenten nauwelijks opgemerkt. En nu na zes jaar is er de bundel 'Meriswin' waarin Bouazza weer de ultieme taalvirtuoos is.
Met Meriswin – Oud Hoogduits voor ‘dolfijn’ – heeft Bouazza zijn eigen Seizoen in de hel geschreven. Hij maakt van deze hel echter zijn hemel. Het idee voor de roman ontstond toen Bouazza in 2011 voor de tweede keer in het ziekenhuis belandde. Overmatig drankgebruik bezorgde hem een levercirrose. Het gevolg was een delirium, waarvan hij niet precies weet hoe lang die duurde. Hallucinaties, dronkenschap, jeugdherinneringen – alles liep tijdens zijn ziekenhuisopname door elkaar. Bouazza’s nieuwe bundel is een soort pelgrimstocht naar de verborgen uithoeken van onze herinnering en verbeeldingskracht. Verwacht geen uitgewerkte personages of ingewikkelde plotwendingen. Het boek gaat over de werking van ons bewustzijn, een bewustzijn dat bij de naamloze hoofdfiguur heen en weer schiet: naar zijn appartement, zijn ziekenhuisbed, zijn jeugdherinneringen, zijn cafébezoeken. Bouazza schrijft de ene keer vanuit een ‘wij’, waarna hij overspringt op een ‘ik’ en een ‘hij’. Een verhaal kun je het niet echt noemen, wél een samenhangende explosie van taal en muzikaliteit.
De literaire liefhebber laat zich verleiden tot een boeiende reis door het delirium van de vertelstem, vol zeldzame en vergeten formuleringen, spannende, exotische neologismen en aforismen, en verrassende poëtische vondsten. Zijn taalgebruik is hier wel wat strakker, met name omdat hij zijn zinnen korter en concreter invult. Middeleeuwse termen en medisch vakjargon glijden vlot in elkaar over. Hij rijgt drie vormen van verbeelding gemakkelijk aan elkaar: het delirium (ziekte), de alcohol (roes) en de herinnering (verbeelding). Op die manier stelt de schrijver het expressieve karakter van zijn eigen fantasie op de proef. Bouazza begint zijn boek met een lang wijnlied over de positieve effecten van de roes. Samen met de Heer Bolos (een personage gebaseerd op Johannes van Dam) en Abel Dieyter (uitgever en boekhandelaar Ad ten Bosch) trekt de hoofdpersoon van café naar café.
In Meriswin is nergens een boodschap of moraliserende toon te vinden. De sensaties van de hoofdpersoon – voor wie onze zintuigen en ervaringen de enige richtingwijzers van het leven zijn – vallen probleemloos samen met de sensaties van het lezen. Knap hoe Bouazza zijn eigen fysieke aftakeling tot literatuur weet te verheffen.
|
Reacties (0)Delen
|