Gelezen door: Paul M.F. (2 boeken)
Citaat: "De band met de aarde, de eenwording met de natuur: wat is het anders dan neergang en verbeestelijking? We hebben een nieuwe generatie voortgebracht, niet meer van ontwortelde, armzalige joden, maar van boeren met wortels in hun aarde. Kinkels, mannen van twist en van krakeel, bekompen geesten met dikke huiden en botten. "
In de jaren 1920 migreert een groep Zionistische pioniers van Oekraïne naar Israel, ze vestigen zich in de vallei van Jisraël, leggen de moerassen droog, en beginnen te boeren in wat daarvoor een woestenij was. Ze zijn vol van socialistische idealen. Ze stichten een ‘arbeidsgemeenschap.’ Het boek vertelt over hun succesvolle kolonisatie, de vooruitgang, maar ook over de conflicten, en vooral over de teloorgang van hun idealen. (ref. citaat). De arbeidsgemeenschap valt definief uit elkaar als een van de zonen gruwelijk verminkt terugkomt uit de oorlog en zich niet meer aanvaard voelt. De eerstgeborene zoon van de gemeenschap wijkt uit naar de Caraiben ‘daar wachten hem een eenvoudig, vrolijk stukje land dat niet was besmet met heilige botten of de giftige zouten van verlossing en heilsverwachting.'
De geschiedenis wordt niet lineair verteld: Er zijn meerdere vertellers, die vaak een verschillende versie brengen of een andere opinie hebben over het gebeurde. En de perceptie vooral van verteller Pines evolueert naarmate hij ouder wordt. Een belangrijke scene is deze waarin Pines een grot van oermensen ontdekt, en de inziet dat hun kolonisatie maar een kleine episode stap in een lange geschiedenis voorstelt. ‘Nu benijdde hij de oermens, die nooit stemmen ‘ga gij’ had horen zeggen, maar was aangekomen in een maagdelijk land waarin nog niemand zijn palen had geslagen of kleinzielige voetafdrukken van trouw en liefde had gezet.’
|
Reacties (0)Delen
|