Music-hall: verzen

Gelezen door: André Oyen (3553 boeken)

Citaat: "Zij die vóór mij kwamen en dichters waren,/ Zij hebben hun droefenis, in de Herfst, uitgesproken/ En eenheid gevoeld tussen hun gebroken/ Leven, met het vaarwel aan de drommen hunner dromen, En het sterven der zonneblaren aan de dorre bomen. uit Herfst"

De Vlaamse dichter en prozaïst Paul van Ostaijen (1896-1928) debuteerde in 1916 met de in eigen beheer uitgegeven bundel Music-Hall : verzen. De toen twintigjarige schreef een zoekende poëzie, een gevoelslyriek die nog aansloot bij de laat-negentiende-eeuwse traditie (Gorter, Van de Woestijne) maar die zich ontwikkelde tot een vorm van humanitair-expressionisme. Nieuw was dat Van Ostaijen het nachtleven en het leven in de grote stad een plaats gaf. Zijn engagement uitte zich ook in zijn passie voor de Vlaamse beweging.

Voor moderne lezers is de belofte van dit talent en de nieuwe toon wellicht moeilijk voor te stellen: veel van de gedichten zijn traditioneel dichterlijk en soms erg jeugdig, zelfs clichématig. Ook Paul van Ostaijen zelf veroordeelde Music-Hall als jongelingspoëzie, en hij dacht er soms aan zoveel exemplaren mogelijk terug te kopen om ze te verbranden. Zijn geheel oeuvre is vrij klein, maar laat wel een spectaculaire ontwikkeling zien. Zijn de gedichten in Music-Hall al anders dan wat men in 1916 gewend was, in volgende bundels gingen typografie, klank en muzikaliteit een steeds grotere rol spelen. Zijn faam dankt hij vooral aan dat latere werk.

Al staat Van Ostaijen in Music-Hall nog aan het begin van zijn ontwikkeling, deze toegankelijke gedichten zijn toch zeer de moeite waard. Dankzij de mooie heruitgave, een hardcover op stevig papier, is de bundel nu voor een nieuw publiek beschikbaar. Het enig minpuntje is dat een voorwoord door een of ander Van Ostaijenkenner (en die zijn er genoeg hoor) ontbreekt.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Antwerpen